Wat we deden, en wat het in acht dagen opleverde

Onze site was onzichtbaar voor Google

Op 17 juli ontdekten we dat Google tech.admix.nl niet kende. Niet ‘slecht vindbaar’ — afwezig. Inmiddels staan 9 van de 10 pagina's in de index. Dit is precies wat we voor klanten doen, dus we laten de cijfers zien — inclusief de conclusie die we onderweg moesten intrekken.

Het startpunt: nul

tech.admix.nl ging op 9 juli live. Een week later deden we wat we bij elke klant als eerste doen: de Search Console API vragen wat Google van de site vindt.

Het antwoord was voor élke URL hetzelfde: URL is unknown to Google. Vertoningen over 90 dagen: 0.

Dat is een ander probleem dan een slechte positie. Bij een slechte positie kun je optimaliseren. Bij ‘unknown’ bestaat de pagina niet — je kunt de teksten herschrijven tot je een ons weegt, er verandert niets, want er is niemand die ze leest.

Drie oorzaken, alle drie saai:

  1. De sitemap was nooit ingediend. Hij bestond, hij was correct, hij stond alleen nergens aangemeld.
  2. De site was een eiland. Geen enkele link vanaf een site die Google al kende.
  3. De site was jong. Acht dagen oud. Google heeft geen reden om ergens te gaan kijken.

Wat we deden

Sitemap indienen. Via de API, op de URL die zélf een 200 geeft. Dat laatste is geen detail: bij onze hoofdsite stond de sitemap aangemeld op de variant zónder www, die doorstuurt naar de variant mét. Google volgt die doorverwijzing niet en meldde 21 fouten — sinds 29 januari. Zes maanden lang een dood signaal, terwijl de sitemap zelf de hele tijd prima was. Opnieuw ingediend op de juiste URL: binnen een minuut opgehaald, 0 fouten.

Bij tech was het effect direct meetbaar. Google downloadde de sitemap binnen één seconde. Binnen een uur sloegen 6 van de 10 URL's om van ‘unknown’ naar ‘Discovered’.

Het eiland opheffen. Eén link vanaf de hoofdsite naar tech, sitewide in de footer, zonder nofollow. Meer was het niet.

Titels en omschrijvingen schrijven. Op vier pagina's van onze hoofdsite bleek de paginatitel nooit ingevuld. Het CMS viel terug op de naam van de pagina in de boomstructuur — daarom stond er ‘opvallen | Admix’, met een kleine letter. Dezelfde drie pagina's hadden ook geen meta-omschrijving. Eén pagina stond op positie 2,6 met 0,0% klikratio. Positie 2 tot 3 hoort 10 tot 15% te geven. Er was niets mis met de ranking; er was nooit een snippet geschreven.

Of dat de oorzaak was, weten we op 1 augustus. Zo werkt het: je stelt een hypothese op, je verandert één ding, je meet. Blijft die klikratio nul, dan was onze aanname fout en kijken we naar zoekintentie.

De conclusie die één dag standhield

Van de tien pagina's die er toen stonden zijn er inmiddels negen geïndexeerd. Maar de verklaring die we daar eerst voor hadden, klopte niet.

Op 18 juli stonden er zeven in de index. De drie die ontbraken waren ook de drie kortste: 104, 153 en 212 woorden, tegenover 260 tot 576 voor de pagina's die wél waren opgenomen. Een schoon patroon — te dun om te bewaren. We schreven het op als de bevinding van de dag.

Eén dag later klopte het niet meer. /marketplace/ (118 woorden), /nieuws/ (153) en de homepage (212) waren alle drie opgenomen, en hun crawls dateerden van vóór de dag waarop we er content aan toevoegden. Ze waren niet te dun geweest. Ze hadden meer tijd nodig gehad.

Wat overblijft is één pagina, en die is interessanter dan het patroon dat we meenden te zien. /support/ staat sinds 17 juli in de sitemap en is nog nooit opgehaald. Niet gecrawld en afgewezen — simpelweg nooit bezocht. Dat is geen content- maar een crawlprobleem: op een jonge host verdeelt Google zijn aandacht, en een enkele pagina valt buiten de boot. Een crawl afdwingen kan alleen met de hand in Search Console; de Indexing API accepteert uitsluitend vacatures en evenementen.

Waarom we dit opschrijven in plaats van het weg te poetsen: dit is precies de fout die SEO-rapportages zo vaak onbruikbaar maakt. Twee meetpunten op één dag zijn geen trend, en de verleiding om het eerste nette patroon tot oorzaak te verklaren is groot. Wij trapten er zelf in, met het dashboard erbij.

Dat betekent niet dat dunne pagina's ongevaarlijk zijn — ze leveren alleen zelden een reden om te ranken. Maar de blokkade die wij dachten te hebben gevonden, was er niet.

GEO: vindbaar zijn in AI-antwoorden

Steeds meer mensen stellen hun vraag aan ChatGPT, Perplexity, Copilot of Gemini in plaats van aan Google. Dat verkeer gedraagt zich anders: minder bezoekers, hogere intentie, en je ziet het in geen enkel standaardrapport terug.

Wij noemen dat spoor GEO — Generative Engine Optimization. En het begint met dezelfde vraag als SEO: halen die systemen je site überhaupt op?

Bij ons was het antwoord aanvankelijk ‘nee’. Dat bleek onjuist. Onze webserver logde het veld waarin een bezoeker zich identificeert helemaal niet, dus een zoekopdracht naar AI-crawlers gaf netjes nul treffers over duizenden regels. Niet omdat ze er niet waren, maar omdat we het niet opschreven.

Dat veld aangezet, en binnen vijf minuten stond de eerste AI-crawler in de logs. De eerste volledige dag:

  • tech.admix.nl — Googlebot 84 verzoeken over 32 pagina's, GPTBot 5, OAI-SearchBot 1, PerplexityBot 1.
  • www.admix.nl — Amazonbot 28, ClaudeBot 25, Bingbot 23, GPTBot 22, meta-externalagent 7.

Eén observatie sprong eruit: ClaudeBot haalt onze hoofdsite wel op, en de technische site niet. Dat weet je alleen als je het meet. Zonder die logregel is het een gevoel.

Waar we op sturen voor GEO:

  • Structured data. Machineleesbaar vertellen wat een pagina is. Eén kanttekening die je zelden leest: Google's FAQ-resultaten met uitklapbare vragen zijn per 7 mei 2026 verdwenen. De opmaak zelf is niet waardeloos geworden — AI-systemen lezen die structuur juist graag — maar wie hem nog verkoopt als ‘kans op een groter zoekresultaat’ verkoopt iets wat niet meer bestaat. Vacatures worden wél nog volop ondersteund. Wij hebben dit als add-on in onze marketplace zitten.
  • Vraag-en-antwoordstructuur. Een AI-systeem citeert een alinea die een vraag beantwoordt. Niet een pagina die ‘onze visie op connectiviteit’ heet.
  • Citeerbaarheid. Concrete cijfers, namen, jaartallen. Een tekst zonder feiten valt nergens uit te citeren.

Eerlijk erbij: dit vakgebied is jong. Onze nulmeting op AI-verwijzingen was precies nul, en we meten nu maandelijks of dat beweegt. We verkopen liever een gemeten trend dan een belofte.

Waarom toegang tot je data het verschil maakt

Alles hierboven — de nul vertoningen, de 21 sitemapfouten, de nooit ingevulde titel, de 0,0% klikratio, het woordaantal-patroon, de AI-crawlers — komt uit twee bronnen: Google Search Console en de statistieken van je eigen site.

Zonder die toegang wordt SEO giswerk. Mét die toegang is het diagnostiek. Het verschil tussen ‘we raden meer content aan’ en ‘deze drie pagina's zijn te dun om opgenomen te worden, en hier ligt de grens waar het bij jou omslaat’.

Twee dingen die we in vrijwel elk traject tegenkomen:

Je cijfers zijn onvollediger dan je denkt. Onze eigen statistieken laten ongeveer 42% zien van wat Search Console meet — het verschil zit in bezoekers die geen toestemming voor meting geven. Dat is geen fout, maar je moet het weten voordat je een daling interpreteert.

Nul is meestal een meetfout. Vijf keer op één dag kregen we stilletjes een nul terug die geen bevinding was, maar een verkeerd ingestelde meting. ‘Nul AI-bots’ bleek een niet-gelogd veld. ‘Lege sitemap’ bleek een niet-gevolgde doorverwijzing. Bewijs eerst dát je meet.

En let op wie er langskomt: tussen onze ‘Googlebot’-verzoeken zat een bezoeker die om een wachtwoordbestand vroeg. Iedereen kan zich voordoen als een zoekmachine. Een ruwe telling is een bovengrens, geen meting.

Wat wij doen

We werken in vaste volgorde, omdat elke stap de volgende zinloos maakt als je hem overslaat:

  1. Meetbaar maken — Search Console, sitestatistieken, servertoegang. Zonder dit geen enkele uitspraak.
  2. Diagnose — is de site bekend, wordt hij gecrawld, wordt hij opgenomen, en waar valt het om? Meestal ligt de blokkade ergens anders dan verwacht.
  3. Techniek repareren — sitemaps, doorverwijzingen, structured data, snelheid, titels. Vaak klein werk met groot effect.
  4. Content op de plekken waar het blokkeert — niet overal, maar daar waar de meting het aanwijst.
  5. GEO-spoor — structured data, citeerbare antwoorden, en maandelijks meten of AI-systemen je ophalen en noemen.
  6. Opnieuw meten — en de conclusie bijstellen als de cijfers ons ongelijk geven.

Dat is geen abonnement op rapportages. Het is een cyclus met een uitkomst die je kunt controleren.

Benieuwd wat er bij jou onder de motorkap gebeurt?

Wij kijken graag een keer mee. Met leestoegang tot je Search Console en je sitestatistieken kunnen we vaak binnen een dag zeggen waar het bij jou vastloopt — en of dat een technisch, een content- of een vindbaarheidsprobleem is.

Bel ons op 010 270 75 75 of mail hallo@admix.nl. Loopt er al iets bij ons? Dan kan het ook via support.

Veelgestelde vragen over SEO en GEO

SEO richt zich op je positie in de zoekresultaten van Google en Bing. GEO — Generative Engine Optimization — richt zich op de vraag of AI-systemen zoals ChatGPT, Perplexity en Copilot jouw site ophalen en jouw antwoord gebruiken. De technische basis overlapt grotendeels: beide beginnen bij een site die gecrawld kan worden. Het verschil zit in de vorm van je content en in hoe je het meet.

Dat hangt af van je uitgangspositie. Bij onze eigen technische site sloegen 6 van de 10 URL's binnen een uur na het indienen van de sitemap om naar ‘gevonden’. Een dag later stonden er 7 in de index, de dag daarna 9. Bij een site die Google al goed kent gaat het sneller; bij een gloednieuw domein zonder inkomende links kan het weken duren. Reken dus in weken, niet in dagen — en trek geen conclusie uit de eerste meting.

Kijk eerst of hij úberhaupt is opgehaald, want dat zijn twee verschillende problemen. Staat er een crawldatum, dan heeft Google de pagina gezien en besloten hem niet op te nemen — meestal omdat hij inhoudelijk te veel op een andere lijkt, te weinig eigen reden geeft om te bestaan, of een canonical heeft die ergens anders heen wijst. Is die datum leeg, dan is er niets beoordeeld en is het een kwestie van crawlbudget: Google is nog niet langsgeweest. Bij ons gold dat laatste voor precies één pagina, terwijl we aanvankelijk dachten dat het aan de lengte lag.

Omdat het de enige bron is die vertelt wat Google écht van je site vindt: welke pagina's zijn opgenomen, op welke zoekopdrachten je verschijnt, welke positie je hebt en hoeveel mensen doorklikken. Zonder die toegang kunnen we je alleen algemene adviezen geven. Mét die toegang kunnen we aanwijzen welke pagina bij jou het probleem is. Alleen leestoegang is voldoende.

Voor Google's zoekresultaten levert FAQ-opmaak sinds 7 mei 2026 geen extra weergave meer op. Andere types wél — vacatures, producten en artikelen worden nog volop gebruikt. En structured data blijft de duidelijkste manier om een machine te vertellen wat er op je pagina staat, wat voor AI-systemen juist belangrijker wordt.

Nee, en wie dat wel belooft moet je wantrouwen. AI-systemen geven niet elke keer hetzelfde antwoord en publiceren geen ranglijst. Wat we wél doen is meten: halen die systemen je site op, komt er verkeer vandaan, en word je genoemd bij een vaste set vragen die we maandelijks herhalen. Dat levert een trend op in plaats van een belofte.