Op 17 juli ontdekten we dat Google tech.admix.nl niet kende. Niet ‘slecht vindbaar’ — afwezig. Inmiddels staan 12 van de 13 pagina's in de index, verschenen de eerste doeltermen in de zoekresultaten en kwamen de eerste AI-assistenten langs. Dit is precies wat we voor klanten doen, dus we laten de cijfers zien — inclusief de conclusies die we onderweg moesten intrekken. En die ene pagina die Google nóg niet kent? Dat is het artikel dat je nu leest. Daarover verderop meer.
tech.admix.nl ging op 9 juli live. Een week later deden we wat we bij elke klant als eerste doen: de Search Console API vragen wat Google van de site vindt.
Het antwoord was voor élke URL hetzelfde: URL is unknown to Google. Vertoningen over 90 dagen: 0.
Dat is een ander probleem dan een slechte positie. Bij een slechte positie kun je optimaliseren. Bij ‘unknown’ bestaat de pagina niet — je kunt de teksten herschrijven tot je een ons weegt, er verandert niets, want er is niemand die ze leest.
Drie oorzaken, alle drie saai:
Sitemap indienen. Via de API, op de URL die zélf een 200 geeft. Dat laatste is geen detail: bij onze hoofdsite stond de sitemap aangemeld op de variant zónder www, die doorstuurt naar de variant mét. Google volgt die doorverwijzing niet en meldde 21 fouten — sinds 29 januari. Zes maanden lang een dood signaal, terwijl de sitemap zelf de hele tijd prima was. Opnieuw ingediend op de juiste URL: binnen een minuut opgehaald, 0 fouten.
Bij tech was het effect direct meetbaar. Google downloadde de sitemap binnen één seconde. Binnen een uur sloegen 6 van de 10 URL's om van ‘unknown’ naar ‘Discovered’.
Het eiland opheffen. Eén link vanaf de hoofdsite naar tech, sitewide in de footer, zonder nofollow. Meer was het niet.
Titels en omschrijvingen schrijven. Op vier pagina's van onze hoofdsite bleek de paginatitel nooit ingevuld. Het CMS viel terug op de naam van de pagina in de boomstructuur — daarom stond er ‘opvallen | Admix’, met een kleine letter. Dezelfde drie pagina's hadden ook geen meta-omschrijving. Eén pagina stond op positie 2,6 met 0,0% klikratio. Positie 2 tot 3 hoort 10 tot 15% te geven. Er was niets mis met de ranking; er was nooit een snippet geschreven.
Of dat de oorzaak was, zouden we op 1 augustus weten. Het antwoord kwam eerder — en onze aanname bleek fout. De uitsplitsing per zoekopdracht liet zien dat vrijwel alle vertoningen van die pagina sitelinks op onze eigen merknaam waren: de extra regeltjes onder het hoofdresultaat, en die klikt vrijwel niemand aan. Er was dus nooit een snippet-probleem. De pagina rankte simpelweg op geen enkele term buiten onze merknaam — een andere diagnose met een andere behandeling, en die heeft de pagina inmiddels gekregen: een eigen onderwerp om op gevonden te worden. Zo werkt het: hypothese, één verandering, meten — en de conclusie intrekken als de cijfers dat zeggen.
Van de tien pagina's die er toen stonden zijn er inmiddels negen geïndexeerd. Maar de verklaring die we daar eerst voor hadden, klopte niet.
Op 18 juli stonden er zeven in de index. De drie die ontbraken waren ook de drie kortste: 104, 153 en 212 woorden, tegenover 260 tot 576 voor de pagina's die wél waren opgenomen. Een schoon patroon — te dun om te bewaren. We schreven het op als de bevinding van de dag.
Eén dag later klopte het niet meer. /marketplace/ (118 woorden), /nieuws/ (153) en de homepage (212) waren alle drie opgenomen, en hun crawls dateerden van vóór de dag waarop we er content aan toevoegden. Ze waren niet te dun geweest. Ze hadden meer tijd nodig gehad.
Wat overbleef was één pagina, en die was interessanter dan het patroon dat we meenden te zien. /support/ stond vanaf 17 juli in de sitemap en werd wekenlang simpelweg nooit bezocht. Niet gecrawld en afgewezen — nooit beoordeeld. Dat is geen content- maar een crawlprobleem: op een jonge host verdeelt Google zijn aandacht, en een enkele pagina valt buiten de boot. Wat de pagina uiteindelijk over de streep trok was geen trucje, maar een contextuele link: één inhoudelijke alinea op de hoofdsite die ernaar verwees. Binnen twee dagen gecrawld en opgenomen.
Daarmee is het stokje overgedragen: de enige pagina die Google nu nog niet heeft opgehaald, is dit artikel. In de sitemap, intern gelinkt, opnieuw ingediend — en toch kiest Google per URL zijn eigen moment. Je leest hier intussen het bewijs dat de rest van de aanpak werkt.
Waarom we dit opschrijven in plaats van het weg te poetsen: dit is precies de fout die SEO-rapportages zo vaak onbruikbaar maakt. Twee meetpunten op één dag zijn geen trend, en de verleiding om het eerste nette patroon tot oorzaak te verklaren is groot. Wij trapten er zelf in, met het dashboard erbij.
Dat betekent niet dat dunne pagina's ongevaarlijk zijn — ze leveren alleen zelden een reden om te ranken. Maar de blokkade die wij dachten te hebben gevonden, was er niet.
Steeds meer mensen stellen hun vraag aan ChatGPT, Perplexity, Copilot of Gemini in plaats van aan Google. Dat verkeer gedraagt zich anders: minder bezoekers, hogere intentie, en je ziet het in geen enkel standaardrapport terug.
Wij noemen dat spoor GEO — Generative Engine Optimization. En het begint met dezelfde vraag als SEO: halen die systemen je site überhaupt op?
Bij ons was het antwoord aanvankelijk ‘nee’. Dat bleek onjuist. Onze webserver logde het veld waarin een bezoeker zich identificeert helemaal niet, dus een zoekopdracht naar AI-crawlers gaf netjes nul treffers over duizenden regels. Niet omdat ze er niet waren, maar omdat we het niet opschreven.
Dat veld aangezet, en binnen vijf minuten stond de eerste AI-crawler in de logs. De eerste volledige dag:
Eén observatie sprong eruit: ClaudeBot haalt onze hoofdsite wel op, en de technische site niet. Dat weet je alleen als je het meet. Zonder die logregel is het een gevoel.
Waar we op sturen voor GEO:
Eerlijk erbij: dit vakgebied is jong. Onze nulmeting op AI-verwijzingen was precies nul, en we meten nu maandelijks of dat beweegt. We verkopen liever een gemeten trend dan een belofte.
Hoe zulke AI-systemen hun antwoorden opbouwen uit een kennisbank — en waarom daar niet per se een vectordatabase voor nodig is — ontleedden we in ons artikel over RAG.
De observatie hierboven kreeg een staartje. ClaudeBot negeerde onze technische site vijf dagen lang — terwijl de sitewide footerlink er al die tijd stond. Toen we op de hoofdsite één inhoudelijke alinea publiceerden met daarin een link naar tech, stond ClaudeBot de volgende dag in de logs: 40 verzoeken over 27 pagina's. Correlatie is geen bewijs, maar de les tekent zich af: een footerlink is voor AI-crawlers niet genoeg; een link in lopende tekst wél.
Twee dagen later volgde de mijlpaal waar het ons echt om gaat: de eerste on-demand fetches. Geen crawler die voorraad aanlegt, maar een AI-assistent die tijdens een gesprek met een gebruiker live een pagina komt ophalen. Claude haalde een vacaturepagina op; Perplexity en You.com volgden dezelfde dag. Iemand stelde een AI een vraag over ons — en het systeem kwam het antwoord bij de bron halen.
Eén kanttekening die dit vak eerlijk houdt: in dezelfde logs stond ook een bezoeker die zich voordeed als ChatGPT maar het aantoonbaar niet was. Elke user-agent is te vervalsen. Wij tellen een AI-bezoek pas mee na verificatie van de afzender; een ruwe telling is een bovengrens, geen meting.
We hebben er ook iets tegenover gezet: beide sites serveren nu een llms.txt — een jong bestandsformaat dat als leeswijzer voor AI-systemen dient: dit is de site, dit zijn de pagina's, dit staat erop. Het bestand wordt bij ons live gegenereerd uit dezelfde paginalijst als de sitemap, dus het loopt nooit achter op de site. Of AI-crawlers er al structureel iets mee doen is niet bewezen — ook dat meten we, en ook daar rapporteren we de uitkomst, welke kant die ook op valt.
Alles hierboven — de nul vertoningen, de 21 sitemapfouten, de nooit ingevulde titel, de 0,0% klikratio, het woordaantal-patroon, de AI-crawlers — komt uit twee bronnen: Google Search Console en de statistieken van je eigen site.
Zonder die toegang wordt SEO giswerk. Mét die toegang is het diagnostiek. Het verschil tussen ‘we raden meer content aan’ en ‘deze drie pagina's zijn te dun om opgenomen te worden, en hier ligt de grens waar het bij jou omslaat’.
Twee dingen die we in vrijwel elk traject tegenkomen:
Je cijfers zijn onvollediger dan je denkt. Onze eigen statistieken laten ongeveer 42% zien van wat Search Console meet — het verschil zit in bezoekers die geen toestemming voor meting geven. Dat is geen fout, maar je moet het weten voordat je een daling interpreteert.
Nul is meestal een meetfout. Vijf keer op één dag kregen we stilletjes een nul terug die geen bevinding was, maar een verkeerd ingestelde meting. ‘Nul AI-bots’ bleek een niet-gelogd veld. ‘Lege sitemap’ bleek een niet-gevolgde doorverwijzing. Bewijs eerst dát je meet.
En let op wie er langskomt: tussen onze ‘Googlebot’-verzoeken zat een bezoeker die om een wachtwoordbestand vroeg. Iedereen kan zich voordoen als een zoekmachine. Een ruwe telling is een bovengrens, geen meting.
We werken in vaste volgorde, omdat elke stap de volgende zinloos maakt als je hem overslaat:
Dat is geen abonnement op rapportages. Het is een cyclus met een uitkomst die je kunt controleren.
Wij kijken graag een keer mee. Met leestoegang tot je Search Console en je sitestatistieken kunnen we vaak binnen een dag zeggen waar het bij jou vastloopt — en of dat een technisch, een content- of een vindbaarheidsprobleem is.
Bel ons op 010 270 75 75 of mail hallo@admix.nl. Loopt er al iets bij ons? Dan kan het ook via support.
SEO richt zich op je positie in de zoekresultaten van Google en Bing. GEO — Generative Engine Optimization — richt zich op de vraag of AI-systemen zoals ChatGPT, Perplexity en Copilot jouw site ophalen en jouw antwoord gebruiken. De technische basis overlapt grotendeels: beide beginnen bij een site die gecrawld kan worden. Het verschil zit in de vorm van je content en in hoe je het meet.
Dat hangt af van je uitgangspositie. Bij onze eigen technische site sloegen 6 van de 10 URL's binnen een uur na het indienen van de sitemap om naar ‘gevonden’. Een dag later stonden er 7 in de index, de dag daarna 9. Bij een site die Google al goed kent gaat het sneller; bij een gloednieuw domein zonder inkomende links kan het weken duren. Reken dus in weken, niet in dagen — en trek geen conclusie uit de eerste meting.
Kijk eerst of hij úberhaupt is opgehaald, want dat zijn twee verschillende problemen. Staat er een crawldatum, dan heeft Google de pagina gezien en besloten hem niet op te nemen — meestal omdat hij inhoudelijk te veel op een andere lijkt, te weinig eigen reden geeft om te bestaan, of een canonical heeft die ergens anders heen wijst. Is die datum leeg, dan is er niets beoordeeld en is het een kwestie van crawlbudget: Google is nog niet langsgeweest. Bij ons gold dat laatste voor precies één pagina, terwijl we aanvankelijk dachten dat het aan de lengte lag.
Omdat het de enige bron is die vertelt wat Google écht van je site vindt: welke pagina's zijn opgenomen, op welke zoekopdrachten je verschijnt, welke positie je hebt en hoeveel mensen doorklikken. Zonder die toegang kunnen we je alleen algemene adviezen geven. Mét die toegang kunnen we aanwijzen welke pagina bij jou het probleem is. Alleen leestoegang is voldoende.
Voor Google's zoekresultaten levert FAQ-opmaak sinds 7 mei 2026 geen extra weergave meer op. Andere types wél — vacatures, producten en artikelen worden nog volop gebruikt. En structured data blijft de duidelijkste manier om een machine te vertellen wat er op je pagina staat, wat voor AI-systemen juist belangrijker wordt.
Nee, en wie dat wel belooft moet je wantrouwen. AI-systemen geven niet elke keer hetzelfde antwoord en publiceren geen ranglijst. Wat we wél doen is meten: halen die systemen je site op, komt er verkeer vandaan, en word je genoemd bij een vaste set vragen die we maandelijks herhalen. Dat levert een trend op in plaats van een belofte.
llms.txt is een jong bestandsformaat: één overzicht op je site dat AI-systemen in één keer vertelt welke pagina's er zijn en waar ze over gaan — zoals een sitemap dat voor zoekmachines doet. Er is nog geen bewijs dat AI-crawlers het structureel gebruiken; het is goedkoop om te serveren, dus wij doen het en meten of het wordt opgehaald. Eén voorwaarde: laat het automatisch meegroeien met je site, anders wordt het een tweede waarheid die veroudert.